Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten

Inleiding bij en toelichting op de Algemene Voorwaarden

Voor u liggen de Algemene Voorwaarden van Workroem Uitzendbureau. Deze voorwaarden worden gehanteerd voor de terbeschikkingstelling van uitzendkrachten door de in Nederland gevestigde uitzendonderneming Workroem Uitzendbureau B.V. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten (per 1 januari 2006) van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Workroem Uitzendbureau volgt het ABU. Het grootste gedeelte van deze algemene voorwaarden komt ook woordelijk overeen met de ABU- voorwaarden.

De uitzendverhouding

De inhoud van deze algemene voorwaarden is grotendeels terug te voeren op het bijzondere karakter van de uitzendverhouding, die bijvoorbeeld wezenlijk verschilt van het leveren van goederen of het aannemen van werk. Bij de uitzendverhouding zijn drie partijen betrokken: de opdrachtgever, de uitzendkracht en de uitzendonderneming. Voor een goed begrip van de verhouding tussen alle betrokken partijen en het hoe en waarom van deze algemene voorwaarden is het volgende van belang.

Tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming bestaat een uitzendovereenkomst. Dit is een bijzondere arbeidsovereenkomst, waar- bij de uitzendkracht door de uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld van een opdrachtgever om onder leiding en toezicht van deze opdrachtgever werkzaamheden te gaan verrichten. De uitzendkracht is dus formeel in dienst van de uitzendonderneming. De uitzendkracht is werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst met ‘uitzendbeding’, een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd of een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Zolang het uitzendbeding van toepassing is eindigt de uitzendovereenkomst als de opdrachtgever de uitzending beëindigt (of bij ziekmelding). Is de uitzendkracht werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd, dan betekent het einde van de uitzending niet automatisch het einde van de overeenkomst tussen uitzendkracht en uitzendonderneming. Doorgaans wordt dan gesproken over ‘detachering’. In de algemene voorwaarden vindt u dit begrip overigens niet terug. Daarin is aangesloten bij de wettelijke terminologie (‘uitzendovereenkomst’, ‘terbeschikkingstelling’). De rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht zijn geregeld in de (ABU) CAO voor Uitzendkrachten. Kern van de rechtspositieregeling is dat de uitzendkracht meer rechten opbouwt naarmate hij langer voor de uitzendonderneming werkt. Na verloop van tijd kan het uitzendbeding niet meer worden toegepast.

Tussen de uitzendkracht en de opdrachtgever bestaat geen arbeidsovereenkomst. De uitzendkracht is echter wel feitelijk werkzaam bij de opdrachtgever. Leiding over en toezicht op de werkzaamheden liggen bij die opdrachtgever. Tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming bestaat een (overeenkomst van) opdracht, op basis waarvan een uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld en waarop deze algemene voorwaarden van toepassing zijn. Bij die opdracht worden afspraken gemaakt over zaken als de functie, de ter beschikking te stellen uitzendkracht, de duur van de opdracht en het tarief. Deze afspraken worden in het algemeen schriftelijk overeengekomen of bevestigd.

De belangrijkste onderwerpen uit de algemene voorwaarden worden hierna kort toegelicht.

Deze inleiding is bedoeld om de hoofdlijnen van de algemene voorwaarden toe te lichten. De tekst van de Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten is bepalend.

De uitvoering van de opdracht

De opdracht strekt tot het ter beschikking stellen van een uitzendkracht. De uitzendonderneming is deskundig op dit gebied en doet in dit kader zijn uiterste best om de wensen van opdrachtgevers, bijvoorbeeld die ten aanzien van opleiding, vaardigheden en beschikbaarheid, zo goed mogelijk te honoreren. De arbeidsmarkt is echter te grillig om de garantie te kunnen geven dat dat altijd lukt. Daarnaast is de uitzendonderneming erg afhankelijk van de opdrachtgevers, de aard van het werk en de wensen van de uitzendkracht.

De duur van de opdracht

De duur van de opdracht wordt zo goed mogelijk afgestemd met de opdrachtgever. Er zijn twee mogelijkheden:
– een opdracht voor een vaste periode (‘bepaalde tijd’): deze kan tussentijds niet beëindigd worden, tenzij uitdrukkelijk wordt afgesproken dat dat juist wel kan;

– een opdracht voor een (nog) onbekende periode (‘onbepaalde tijd’): deze kan altijd – met inachtneming van een opzegtermijn – worden beëindigd, tenzij juist is afgesproken dat dat (gedurende een bepaalde periode) niet kan.

Denk bijvoorbeeld aan de beëindiging van de uitzending ‘op verzoek van de opdrachtgever’, het naleven van de regels omtrent arbeidstijden en het verstrekken van een zogenoemd Arbodocument aan de uitzendkracht.

De uitzendonderneming moet erop kunnen rekenen dat de opdrachtgever, waar nodig, zijn medewerking verleent en hem kunnen aanspreken als er kosten ontstaan doordat hij dit niet of niet tijdig doet.

Zoals gezegd, liggen leiding over en toezicht op de (uitvoering van de) werkzaamheden door de uitzendkracht bij de opdrachtgever. De uitzendonderneming heeft geen invloed op de werkzaamheden en de omstandigheden waaronder deze worden verricht. Het is dan ook de opdrachtgever die verantwoordelijk is voor het werk en de werkomstandigheden.

De opdrachtgever wordt geacht de uitzendkracht net zo goed te instrueren, begeleiden en behandelen als zijn eigen werknemers. Zo is bijvoorbeeld in de Arbeidsomstandighedenwet geregeld dat de opdrachtgever ‘werkgever’ van de uitzendkracht is in de zin van die wet. In het verlengde van deze verantwoordelijkheid is de opdrachtgever ook aansprakelijk als zich schade voordoet. De opdrachtgever wordt dan ook geadviseerd hierop zijn verzekeringspolis na te zien.

Tarieven

Het door de opdrachtgever te betalen tarief van de uitzendonderneming omvat de kosten van de uitzendarbeid (loonkosten, loonheffing, sociale premies etc.) en een marge.

De beloning en de overige arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht worden vastgesteld met inachtneming van de (ABU) CAO voor Uitzendkrachten. Op grond van die CAO heeft iedere uitzendkracht, die 26 weken bij dezelfde opdrachtgever heeft gewerkt, recht op dezelfde beloning (beperkt tot: salaris, loonsverhogingen, evt. ATV, toeslagen en kostenvergoedingen) als werknemers van de opdrachtgever die hetzelfde of gelijkwaardig werk doen. Doorgaans wijzigt na 26 door de uitzendkracht bij de opdrachtgever gewerkte

In alle gevallen geldt dat de opdracht kan worden beëindigd als de andere partij zich toerekenbaar niet aan de afspraken houdt of in betalingsonmacht verkeert (bijvoorbeeld in geval van faillissement). Ook eindigt de opdracht als er een einde komt aan de arbeidsrelatie tussen de uitzendonderneming en de uitzendkracht, bijvoorbeeld omdat de uitzendkracht elders een baan vindt.

Uitoefening van leiding en toezicht/aansprakelijkheid
De uitzendonderneming is voor een aantal (wettelijke) verplichtingen, die voortvloeien uit de formele werkgeversrol, afhankelijk van weken dus het tarief. Overigens kan ook worden afgesproken dat de uitzendkracht al vanaf de eerste werkdag wordt beloond conform de bij de opdrachtgever geldende regeling. Een dergelijke afspraak kan voor vakkrachten ook op collectief niveau (in de bij de opdrachtgever geldende CAO) worden gemaakt. Het tarief wordt dan meteen vastgesteld op basis van de bij de opdrachtgever geldende beloningsregeling.

Om de juiste beloning te kunnen vaststellen is de uitzendonderneming afhankelijk van de informatie van de opdrachtgever over zijn beloningsregeling en eventuele loonsverhogingen. Op grond van die informatie wordt ook het tarief vastgesteld of gewijzigd.

Aangezien de kosten van de uitzendarbeid ook tijdens een opdracht kunnen stijgen als gevolg van – bijvoorbeeld – (periodieke of algemene) loonsverhogingen, CAO-wijzigingen en wijzigingen in premies is de uitzendonderneming gerechtigd om tijdens de opdracht tariefwijzigingen als gevolg van dergelijke kostprijsstijgingen door te voeren.

Betaling

De uitbetaling en facturering geschieden aan de hand van de tijdverantwoording. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de juistheid van de daarin vermelde gegevens. Meestal vindt de tijdverantwoording plaats door middel van een declaratieformulier (het zogenaamde werkbriefje). Doorgaans levert de uitzendkracht dit werkbriefje in bij de uitzendonderneming.

Doordat de opdrachtgever het werkbriefje mede ondertekent, weet de uitzendonderneming dat de opgegeven uren, kostenvergoedingen en dergelijke correct zijn. Soms wordt echter afgesproken dat de opdrachtgever de tijdverantwoording – door een bundeling van werkbriefjes, digitaal of op andere wijze – bij de uitzendonderneming aanlevert. In dat geval heeft de uitzendkracht het recht de opgegeven uren in te zien en te controleren. Het zijn immers de opdrachtgever en de uitzendkracht die op de werkplek aanwezig zijn geweest.

Aan de hand van de tijdverantwoording wordt de uitzendkracht uitbetaald. Daarna stuurt de uitzendonderneming een factuur naar de opdrachtgever. Om de kosten van deze voorfinanciering in de hand te houden, kent de uitzendonderneming een betalingstermijn van 14 dagen en is de opdrachtgever bij een te late betaling rente en invorderingskosten verschuldigd.

Het in dienst nemen van een uitzendkracht

De bedrijfsvoering van de uitzendonderneming is gericht op het ter beschikking stellen van uitzendkrachten aan opdrachtgevers die tijdelijk behoefte hebben aan personeel. De uitzendonderneming doet voor deze activiteit voortdurend investeringen om goede uitzendkrachten te werven, (voor) te selecteren en aan zich te binden. Dat kan alleen als uitzendkrachten vervolgens ook daadwerkelijk gedurende enige tijd ter beschikking kunnen worden gesteld tegen de daarvoor geldende tarieven. Om deze reden is in de voorwaarden bepaald dat de opdrachtgever een vergoeding is verschuldigd indien hij de uitzendkracht binnen een bepaalde termijn zelf in dienst neemt. Om te voorkomen dat er een dubbele dienstbetrekking ontstaat (één bij de opdrachtgever en één bij de uitzendonderneming) is bovendien bepaald dat de opdrachtgever de uit- zendkracht niet zelf in dienst mag nemen zolang de uitzendkracht nog in dienst is van de uitzendonderneming.

Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten

Artikel 1: Werkingssfeer

1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen, opdrachten en overige overeenkomsten van de in Nederland gevestigde uitzendondernemingen van Workroem Uitzendbureau B.V. voor zover één en ander betrekking heeft op het ter beschikking stellen van uitzendkrachten aan opdrachtgevers.

2. Eventuele inkoop- of andere voorwaarden van de opdrachtgever zijn niet van toepassing.

3. Van deze Algemene Voorwaarden afwijkende afspraken zijn slechts van toepassing indien schriftelijk overeengekomen.

Artikel 2: Definities

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:
1. Uitzendonderneming: de in Nederland gevestigde uitzendonderneming van Workroem Uitzendbureau B.V. die op basis van een overeenkomst uitzendkrachten beschikking stelt aan opdrachtgevers.

2. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon, die een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW is aangegaan met de uitzendonderneming, teneinde arbeid te verrichten voor een derde onder leiding en toezicht van die derde.

3. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een uitzendkracht werkzaamheden onder diens leiding en toezicht in het kader van een opdracht, als bedoeld in lid 4 van dit artikel, laat uitvoeren.

4. Opdracht: de overeenkomst tussen een opdrachtgever en de uitzendonderneming op grond waarvan een enkele uitzendkracht, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld om onder diens leiding en toezicht werkzaamheden te verrichten, zulks tegen betaling van het opdrachtgeverstarief.

5. Terbeschikkingstelling: de tewerkstelling van een uitzendkracht in het kader van een opdracht.

6. Uitzendbeding: de schriftelijke bepaling in de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendonderneming en de uitzendkracht en/of in de CAO, inhoudende dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever op verzoek van de opdrachtgever ten einde komt (artikel 7:691 lid 2 BW).
7. CAO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten, gesloten tussen de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) enerzijds en FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en De Unie anderzijds.
8. Opdrachtgeverstarief: Het door de opdrachtgever aan de uitzendonderneming verschuldigde tarief, exclusief toeslagen, kosten- vergoedingen en BTW. Het tarief wordt per uur berekend, tenzij anders vermeld.
9. Inlenersbeloning: de rechtens geldende beloning van een werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een functie die gelijk of gelijkwaardig is aan de functie die de uitzendkracht uitoefent.
De inlenersbeloning bestaat volgens de CAO 2012-2017 uit de navolgende elementen:
a. het geldende periodeloon in de schaal
b. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (naar keuze van de uitzendonderneming te compenseren in tijd of geld)
c. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegentoeslagen
d. initiële loonsverhogingen, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald.
e. kostenvergoedingen (voorzover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen)
f. periodieken, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald.
10. Vakkrachtenregeling: De specifieke bepaling(en) in de bij de opdrachtgever geldende CAO, die betrekking heeft/hebben op de beloning (als bedoeld in lid 9) van vakkrachten en die schriftelijk zijn aangemeld bij en goedgekeurd door partijen bij de (ABU) CAO voor Uitzendkrachten en dientengevolge toegepast moet(en) worden met ingang van de eerste
dag van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de betreffende opdrachtgever.
11. Week: De kalenderweek die begint op maandag om 0.00 uur en eindigt op zondag om 24.00 uur.

Artikel 3: De opdracht en de terbeschikking- stelling
Opdracht
1. De opdracht wordt aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd.

2. De opdracht voor bepaalde tijd is de opdracht die wordt aangegaan:
• óf voor een vaste periode;
• óf voor een bepaalbare periode;• óf voor een bepaalbare periode die een vaste periode niet overschrijdt.
De opdracht voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de overeengekomen tijd of doordat een vooraf vastgestelde objectief bepaalbare gebeurtenis zich voordoet.

Einde opdracht

3. Opzegging van een opdracht voor onbepaalde tijd dient schriftelijk te geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van 15 kalenderdagen.

4. Tussentijdse opzegging van de opdracht voor bepaalde tijd is niet mogelijk, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Indien tussentijdse opzegging is overeengekomen, is opzegging mogelijk met een opzegtermijn van 15 kalenderdagen.

De opzegging dient schriftelijk te geschieden. 5. Elke opdracht eindigt onverwijld wegens ontbinding op het tijdstip dat één van beide partijen de ontbinding van de opdracht inroept omdat:

• de andere partij in verzuim is;
• de andere partij geliquideerd is;
• de andere partij in staat van faillissement is verklaard of surséance van betaling heeft aangevraagd.
Indien de uitzendonderneming de ontbinding op één van deze gronden inroept, ligt in de gedraging van de opdrachtgever, waarop de ontbinding is gebaseerd, het verzoek van de opdrachtgever besloten om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Dit leidt niet tot enige aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor de schade die de opdrachtgever dientengevolge lijdt. Ten gevolge van de ontbinding zullen de vorderingen van de uitzendonderneming onmiddellijk opeisbaar zijn.

Einde terbeschikkingstelling

6. Het einde van de opdracht betekent het einde van de terbeschikkingstelling. Beëindiging van de opdracht door de opdrachtgever houdt in het verzoek van de opdrachtgever aan de uitzendonderneming om de lopende terbeschikkingstelling(en) te beëindigen tegen de datum waarop de opdracht rechtsgeldig is geëindigd, respectievelijk waartegen de op- dracht rechtsgeldig is ontbonden.

7. Indien tussen de uitzendkracht en de uit- zendonderneming het uitzendbeding geldt, eindigt de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht op verzoek van de opdrachtgever op het moment dat de uitzendkracht meldt dat hij niet in staat is de arbeid te verrichten wegens arbeidsongeschiktheid.

Voorzover nodig wordt de opdrachtgever geacht dit verzoek te hebben gedaan. De opdrachtgever zal dit verzoek desgevraagd schriftelijk aan de uitzendonderneming bevestigen. 8. De terbeschikkingstelling eindigt van rechtswege indien en zodra de uitzendonderneming de uitzendkracht niet meer ter beschikking kan stellen, doordat de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendonderneming en de uitzendkracht is geëindigd en deze arbeidsovereenkomst niet aansluitend wordt voortgezet ten behoeve van dezelfde opdrachtgever. De uitzendonderneming schiet in dit geval niet toe- rekenbaar tekort jegens de opdrachtgever en is evenmin aansprakelijk voor eventuele schade die de opdrachtgever hierdoor lijdt.

Artikel 4: Vervanging en beschikbaarheid

1. De uitzendonderneming is gerechtigd om gedurende de looptijd van de opdracht een vervangende uitzendkracht aan te bieden. De opdrachtgever kan een dergelijk voorstel op redelijke gronden afwijzen.

2. De uitzendonderneming is te allen tijde gerechtigd aan de opdrachtgever een voorstel te doen tot vervanging van een ter beschikking gestelde uitzendkracht door een andere uitzendkracht onder voortzetting van de opdracht, zulks met het oog op het bedrijfsbeleid of personeelsbeleid van de uitzendonderneming, behoud van werkgelegenheid of naleving van geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder de ontslagrichtlijn voor de uitzendbranche. De opdrachtgever zal een dergelijk voorstel slechts op redelijke gronden afwijzen. De opdrachtgever zal een eventuele afwijzing desgevraagd schriftelijk motiveren.

3. De uitzendonderneming schiet niet toerekenbaar tekort jegens de opdrachtgever en is niet gehouden tot vergoeding van enige schade of kosten aan de opdrachtgever, indien de uitzendonderneming om welke reden dan ook een (vervangende) uitzendkracht niet (meer), althans niet (meer) op de wijze en in de omvang als bij de opdracht of nadien overeengekomen aan de opdrachtgever ter beschikking kan stellen.

4. Indien de arbeidskracht wordt vervangen door een andere arbeidskracht zal de uurbeloning ten aanzien van de vervangende arbeidskracht opnieuw worden vastgesteld op de basis als vermeld in artikel 9 van deze Algemene Voorwaarden en zal het opdrachtgeverstarief dien overeenkomstig worden aangepast.

Artikel 5: Opschortingsrecht

1. De opdrachtgever is niet gerechtigd de tewerkstelling van de uitzendkracht tijdelijk geheel of gedeeltelijk op te schorten, tenzij er sprake is van overmacht in de zin van artikel 6:75 BW.

2. In afwijking van lid 1 van dit artikel is opschorting wel mogelijk indien:
• dit schriftelijk wordt overeengekomen en daarbij de looptijd is vastgelegd én • de opdrachtgever aantoont dat tijdelijk geen werk voorhanden is of de uitzendkracht niet te werk kan worden gesteld én
• de uitzendonderneming jegens de uitzendkracht met succes een beroep kan doen op uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht op grond van de CAO. De opdrachtgever is voor de duur van de opschorting het opdrachtgeverstarief niet verschuldigd.

3. Indien de opdrachtgever niet gerechtigd is de te werkstelling tijdelijk op te schorten, maar de opdrachtgever tijdelijk geen werk heeft voor de uitzendkracht of de uitzendkracht niet te werk kan stellen, is de opdracht- gever gehouden voor de duur van de opdracht onverkort aan de uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het per periode (week, maand, en dergelijke) krachtens opdracht laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren.

Artikel 6: Werkprocedure

1. De opdrachtgever verstrekt de uitzendonderneming voor aanvang van de opdracht een accurate omschrijving van de functie, functie-eisen, werktijden, arbeidsduur, werkzaamheden, arbeidsplaats, arbeidsomstandigheden en de beoogde looptijd van de opdracht.

2. De uitzendonderneming bepaalt aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie en de haar bekende hoedanigheden, kennis en vaardigheden van de voor ter beschikking in aanmerking komende uitzendkrachten, welke uitzendkrachten zij aan de opdrachtgever voorstelt ter uitvoering van de opdracht. De opdrachtgever is gerechtigd de voorgestelde uitzendkracht af te wijzen, waardoor de terbeschikkingstelling van de voorgestelde uitzendkracht geen doorgang vindt.

3. De uitzendonderneming schiet niet tekort jegens de opdrachtgever en is niet gehouden tot vergoeding van enige schade, indien de contacten tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming, voorafgaande aan een mogelijke opdracht, waaronder begrepen een concrete aanvraag van de opdrachtgever om een uitzendkracht ter beschikking te stellen, om welke reden dan ook niet of niet binnen de door de opdrachtgever gewenste termijn, leiden tot de daadwerkelijke terbeschikkingstelling van een uitzendkracht.

4. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het inzetten van arbeidskrachten die niet blijken te voldoen aan de door de opdrachtgever gestelde eisen, tenzij de opdrachtgever binnen een redelijke termijn na aanvang van de terbeschikkingstelling een schriftelijke klacht terzake bij de uitzendonderneming indient en daarbij bewijst dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendonderneming bij de selectie.

Artikel 7: Arbeidsduur en werktijden

1. De arbeidsomvang en de werktijden van de uitzendkracht bij de opdrachtgever worden vastgelegd in de opdrachtbevestiging, dan wel anders overeengekomen. De werktijden, de arbeidsduur en de rusttijden van de uitzendkracht zijn gelijk aan de bij opdrachtgever terzake gebruikelijke tijden en uren, tenzij anders is overeengekomen. De opdrachtgever staat er voor in dat de arbeidsduur en de rust- en werktijden van de uitzendkracht voldoen aan de wettelijke vereisten. De opdrachtgever ziet er op toe dat de uitzendkracht de rechtens toegestane werktijden en de overeengekomen arbeidsomvang niet overschrijdt.

2. Vakantie en verlof van de uitzendkracht worden geregeld conform de wet en de CAO.

3. Indien de arbeidskracht specifieke scholing dan wel werkinstructies behoeft voor de uit- voering van de opdracht zullen de uren, die de arbeidskracht aan deze scholing besteedt, als gewerkte uren in rekening worden gebracht bij de opdrachtgever. Uren die aan overige scholing worden besteed zullen niet in rekening worden gebracht aan de opdrachtgever, tenzij dit anders is overeengekomen. De voor overige scholing benodigde afwezigheidsperioden worden in overleg tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming vastgesteld en zo mogelijk bij de aanvang van de opdracht overeengekomen.

uitzendonderneming deze omstandigheid, indien mogelijk, deel kan laten uitmaken van de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht. Indien een voornemen tot vaststelling van een bedrijfssluiting en/of collectief verplichte vrije dagen bekend wordt na het aangaan van de opdracht, dient de opdrachtgever de uitzendonderneming onmiddellijk na het bekend worden hiervan te informeren. Indien de opdrachtgever nalaat om de uitzendonderneming tijdig te informeren, is de opdrachtgever gehouden voor de duur van de bedrijfssluiting onverkort aan de uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het krachtens de opdracht en voorwaarden laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren per periode.

Artikel 9: Functie en beloning

1. Voor aanvang van de opdracht verstrekt de opdrachtgever de omschrijving van de door de uitzendkracht uit te oefenen functie en de bijbehorende inschaling in de beloningsregeling van de opdrachtgever.

2. De beloning van de uitzendkracht, daaronder mede begrepen eventuele toeslagen en kostenvergoedingen, wordt vastgesteld conform de CAO (daaronder mede begrepen de bepalingen omtrent de inlenersbeloning, zie hierna leden 4 en 6) en de van toepassing zijn- de wet- en regelgeving, zulks aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte functieomschrijving.

3. Indien op enig moment blijkt dat die functieomschrijving en de bijbehorende inschaling niet overeenstemmen met de werkelijk door de uitzendkracht uitgeoefende functie, zal de opdrachtgever aan de uitzendonderneming onverwijld de juiste functieomschrijving met bijbehorende inschaling aanreiken. De beloning van de uitzendkracht zal opnieuw worden vastgesteld aan de hand van de nieuwe functieomschrijving. De functie en/of inschaling kan tijdens de opdracht worden aangepast, indien de uitzendkracht op die aanpassing in redelijkheid aanspraak maakt met een beroep op wet- en regelgeving, de CAO en/of de inlenersbeloning. Indien de aanpassing leidt tot

Artikel 8 : Bedrijfssluitingen en
vrije dagen
1. De opdrachtgever dient de uitzendonderneming bij het aangaan van de opdracht te informeren omtrent eventuele bedrijfssluitingen en collectief verplichte vrije dagen gedurende de looptijd van de opdracht, opdat de een hogere beloning, corrigeert de uitzendonderneming de beloning van de uitzendkracht én het opdrachtgeverstarief dienovereenkomstig. De opdrachtgever is dit gecorrigeerde tarief vanaf het moment van de uitoefening van de daadwerkelijke functie aan de uitzendonderneming verschuldigd.

4. De uitzendonderneming is op grond van de CAO verplicht na 26 door de uitzendkracht bij de opdrachtgever gewerkte weken de inlenersbeloning toe te passen.

5. De opdrachtgever zal de uitzendonderneming tijdig voorzien van informatie over alle in artikel 2 lid 9 bedoelde elementen van de inlenersbeloning (wat betreft de hoogte en tijdstip van initiële loonsverhogingen; alleen voorzover op dat moment bekend).

6. Indien de uitzendonderneming met de opdrachtgever is overeengekomen met ingang van de eerste werkdag van de uitzendkracht de inlenersbeloning toe te passen en/of indien sprake is van een vakkrachtenregeling, past de uitzendonderneming de inlenersbeloning toe vanaf de eerste werkdag van de uitzendkracht en zal de opdrachtgever vóór aanvang van de werkzaamheden de uitzendonderneming voorzien van de in lid 5 van dit artikel genoemde informatie.

7. De opdrachtgever stelt de uitzendonderneming tijdig en in ieder geval direct bij het bekend worden, op de hoogte van wijzigingen in de inlenersbeloning en van vastgestelde initiële loonsverhogingen.

8. Overwerk, werk in ploegendiensten, op bij- zondere tijden of dagen (daaronder begrepen feestdagen) en/of verschoven uren worden beloond conform de terzake geldende regeling in de CAO of indien van toepassing – de inlenersbeloning en worden aan de opdrachtgever doorberekend.

Artikel 10: Goede uitoefening van leiding en toezicht
1. De opdrachtgever zal zich ten aanzien van de uitzendkracht bij de uitoefening van het toezicht of de leiding, alsmede met betrekking tot de uitvoering van het werk, gedragen op dezelfde zorgvuldige wijze als waartoe hij ten opzichte van zijn eigen medewerkers gehouden is.

2. Het is de opdrachtgever niet toegestaan de uitzendkracht op zijn beurt aan een derde ‘door te lenen’; dat wil zeggen aan een derde ter beschikking te stellen voor het onder toezicht of leiding van deze derde verrichten van werkzaamheden. Onder doorlening wordt mede verstaan het door de opdrachtgever ter beschikking stellen van een uitzendkracht aan een (rechts)persoon waarmee de opdrachtgever in een groep (concern) is verbonden.

3. De opdrachtgever kan de uitzendkracht slechts te werk stellen in afwijking van het bij opdracht en voorwaarden bepaalde, indien de uitzendonderneming en de uitzendkracht daarmee vooraf schriftelijk hebben ingestemd.

4. Tewerkstelling van de uitzendkracht in het buitenland door een in Nederland gevestigde opdrachtgever is slechts mogelijk onder strikte leiding en toezicht van de opdrachtgever en voor bepaalde tijd, indien dit schriftelijk is overeengekomen met de uitzendonderneming en de uitzendkracht daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

5. De opdrachtgever zal aan de uitzendkracht de schade vergoeden die deze lijdt doordat een aan hem toebehorende zaak, die in het kader van de opgedragen werkzaamheden is gebruikt, is beschadigd of tenietgegaan.

6. De uitzendonderneming is tegenover de opdrachtgever niet aansprakelijkheid voor schaden en verliezen aan de opdrachtgever, derden dan wel aan de uitzendkracht zelf die voortvloeien uit doen of nalaten van de uitzendkracht.

7. De uitzendonderneming is tegenover de opdrachtgever niet aansprakelijk voor verbintenissen die uitzendkrachten zijn aangegaan met of die voor hen zijn ontstaan jegens de opdrachtgever of derden, al dan niet met toe- stemming van de opdrachtgever of die derden. 8. De opdrachtgever vrijwaart de uitzendonderneming voor elke aansprakelijkheid (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) van de uitzendonderneming als werkgever van de uitzendkracht – direct of indirect – terzake van de in leden 5, 6 en 7 van dit artikel bedoelde schaden, verliezen en verbintenissen.
9. De opdrachtgever zal zich, voorzover mogelijk, afdoende verzekeren tegen aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in dit artikel. Op verzoek van de uitzendonderneming verstrekt de opdrachtgever een bewijs van de verzekering.

Artikel 11: Arbeidsomstandigheden

1. De opdrachtgever verklaart zich bekend met het feit dat hij in de Arbeidsomstandighedenwet wordt aangemerkt als werkgever.
2. De opdrachtgever is jegens de uitzendkracht en de uitzendonderneming verantwoordelijk voor de nakoming van de uit artikel 7:658 BW, de Arbeidsomstandighedenwet en de daarmee samenhangende regelgeving voort- vloeiende verplichtingen op het gebied van de veiligheid op de werkplek en goede arbeidsomstandigheden in het algemeen.

3. De opdrachtgever is gehouden om aan de uitzendkracht en aan de uitzendonderneming tijdig, in ieder geval één werkdag voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk informatie te verstrekken over de verlangde beroepskwalificaties en de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats. De opdrachtgever geeft de uitzendkracht actieve voorlichting met betrekking tot de binnen zijn onderneming gehanteerde Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE).

4. Indien de uitzendkracht een bedrijfsongeval of een beroepsziekte overkomt, zal de opdrachtgever, indien wettelijk vereist, de bevoegde instanties hiervan onverwijld op de hoogte stellen en ervoor zorgdragen dat daarvan onverwijld een schriftelijke rapportage wordt opgemaakt. In de rapportage wordt de toedracht van het ongeval zodanig vastgelegd, dat daaruit met redelijke mate van zekerheid kan worden opgemaakt of en in hoeverre het ongeval het gevolg is van het feit dat onvoldoende maatregelen waren genomen ter voorkoming van het ongeval dan wel van de beroepsziekte. De opdrachtgever informeert de uitzendonderneming zo spoedig mogelijk over het bedrijfsongeval of de beroepsziekte en overlegt een kopie van de opgestelde rapportage.


5. De opdrachtgever zal aan de uitzendkracht vergoeden – en de uitzendonderneming vrijwaren tegen – alle schade (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) die de uitzendkracht in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, indien en voorzover de opdrachtgever en/of de uitzendonderneming daarvoor aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 en/of artikel 7:611 BW. Indien het bedrijfsongeval tot de dood leidt, is de opdrachtgever gehouden de schade (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) te vergoeden conform artikel 6:108 BW aan de in dat artikel genoemde personen.

6. De opdrachtgever zal zich afdoende verzekeren tegen aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in dit artikel. Op verzoek van de uitzendonderneming verstrekt de opdrachtgever een bewijs van verzekering.

Artikel 12: Aansprakelijkheid opdrachtgever

1. De opdrachtgever die de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit deze Algemene Voorwaarden, in het bijzonder de verplichtingen als omschreven in de artikelen 3 (leden 5,6 en 7), 4 (lid 3), 8,9 (leden 1,3,5 en 7), 10 (leden 1t/m5, 8 en 9), 11 (2t/m6), 16 (lid 2), 19 (lid 1), 22 en 23 (lid 1) niet nakomt, is gehouden tot vergoeding van alle daaruit voortvloeiende schade van de uitzendonderneming (inclusief alle kosten waaronder die van rechtsbijstand), zonder dat voorafgaande ingebrekestelling nodig is, en hij dient de uitzendonderneming zonodig terzake te vrijwaren. Dit laat onverlet, dat de uitzendonderneming eventuele andere vorderingen kan instellen, zoals het inroepen van ontbinding. Het bepaalde in dit artikel is van algemene gelding, zowel – zo nodig aanvullend – ten aanzien van onderwerpen waarbij de schadevergoedingsplicht reeds afzonderlijk in deze Algemene Voorwaarden is geregeld als ten aanzien van onderwerpen waarbij dat niet het geval is.

Artikel 13: Opdrachtgeverstarief

1. Het door de opdrachtgever aan de uitzendonderneming verschuldigde opdrachtgeverstarief wordt berekend over de uren waarop de uitzendonderneming op grond van de opdracht en/of voorwaarden aanspraak heeft en wordt altijd tenminste berekend over de door de uitzendkracht werkelijk gewerkte uren. Het opdrachtgeverstarief wordt vermenigvuldigd met de toeslagen en vermeerderd met de kos- tenvergoedingen die de uitzendonderneming verschuldigd is aan de uitzendkracht. Over het opdrachtgeverstarief, de toeslagen en kos- tenvergoedingen wordt BTW in rekening gebracht.

2. Indien op enig moment, overeenkomstig artikel 9 lid 4 van deze voorwaarden de inlenersbeloning moet worden toegepast, stelt de uitzendonderneming de beloning van de uitzendkracht en het opdrachtgeverstarief opnieuw vast op basis van de door de opdrachtgever verstrekte informatie omtrent de functie-indeling en inlenersbeloning. In de beloning en het opdrachtgeverstarief worden alle bij de opdrachtgever geldende elementen van de inlenersbeloning, meegenomen.

3. Naast het in lid 2 bedoelde geval is de uitzendonderneming in ieder geval ook gerechtigd om het opdrachtgeverstarief tijdens de looptijd van de opdracht aan te passen, indien de kosten van de uitzendarbeid stijgen:

• als gevolg van wijziging van de CAO of van de daarbij geregelde lonen of wijziging van de bij de opdrachtgever geldende CAO en/of arbeidsvoorwaardenregeling of de daarbij geregelde lonen;

• als gevolg van wijzigingen in of tengevolge van wet en- regelgeving, waaronder begrepen wijzigingen in of tengevolge van de sociale en fiscale wet- en regelgeving, de CAO of enig verbindend voorschrift;

• als gevolg van een (periodieke) loonsverhoging en/of een (eenmalige) verplichte uitkering, voortvloeiende uit de CAO, de bij de opdrachtgever geldende CAO en/of arbeidsvoorwaardenregeling en/of wet en regelgeving

4. Indien de opdrachtgever in strijd met de leden 2 en 3 van dit artikel niet instemt met betaling van het aangepaste opdrachtgeverstarief, dan ligt daarin besloten het verzoek van de opdrachtgever om de terbeschikkingstelling te beëindigen.

5. Iedere aanpassing van het opdrachtgeverstarief wordt door de uitzendonderneming zo spoedig mogelijk aan de opdrachtgever bekend gemaakt en schriftelijk aan de opdrachtgever bevestigd. Indien door enige oorzaak die toerekenbaar is aan de opdrachtgever de beloning en/of het opdrachtgeverstarief te laag is/zijn vastgesteld, is de uitzendonderneming gerechtigd ook achteraf met terugwerkende kracht de beloning en het opdrachtgeverstarief op het juiste niveau te brengen. De uitzendonderneming kan tevens hetgeen de opdrachtgever daardoor te weinig heeft betaald en kosten, die als gevolg hiervan door de uitzendonderneming zijn gemaakt, aan de opdrachtgever in rekening brengen.

Artikel 14: Bijzondere minimale betalingsverplichting
1. Indien de omvang van de door de uitzendkracht te verrichten arbeid en/of de werktijden niet duidelijk zijn vastgelegd en de opdrachtgever de uitzendkracht niet of minder dan drie (aaneengesloten) uren per oproep in de gelegenheid stelt om de overeengekomen arbeid te verrichten, is de opdrachtgever aan de uitzendonderneming per oproep het opdrachtgeverstarief verschuldigd over drie of zoveel meer uren als overeengekomen.

Artikel 15: Indienstneming uitzendkrachten door opdrachtgever
1. De opdrachtgever is gerechtigd een arbeidsverhouding aan te gaan met een uitzendkracht, mits aan de in dit artikel vermelde voorwaarden wordt voldaan.

2. De opdrachtgever die voornemens is een arbeidsverhouding met de uitzendkracht aan te gaan brengt de uitzendonderneming hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte alvorens hij aan dit voornemen uitvoering geeft.

3. De opdrachtgever zal geen arbeidsverhouding met een uitzendkracht aangaan zolang de uitzendovereenkomst tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming niet rechtsgeldig is geëindigd.


4. Indien de opdrachtgever overeenkomstig het hiervoor in lid 1 tot en met lid 3 van dit artikel bepaalde een arbeidsverhouding aangaat met een uitzendkracht, die aan hem ter beschikking wordt gesteld op basis van een opdracht voor onbepaalde tijd, vóórdat die uitzendkracht – op basis van die opdracht – 1040 uren heeft gewerkt is de opdrachtgever aan de uitzendonderneming een vergoeding verschuldigd ten bedrage van 25% van het laatst geldende opdrachtgeverstarief over 1040 uren minus de – op basis van de opdracht – reeds door die uitzendkracht gewerkte uren.

5. Indien de opdrachtgever een arbeidsver- houding aangaat met een uitzendkracht, die aan hem ter beschikking wordt gesteld op basis van een opdracht voor bepaalde tijd, is de opdrachtgever een vergoeding verschuldigd ten bedrage van 25% van het laatst geldende opdrachtgeverstarief (berekend over de overeengekomen of gebruikelijke uren en meer-/ overuren) over de resterende duur van de opdracht of – ingeval van een opdracht die tussentijds opzegbaar is – over de niet in acht genomen opzegtermijn, met dien verstande dat de opdrachtgever altijd tenminste de in lid 4 genoemde vergoeding is verschuldigd.

6. Indien de opdrachtgever overeenkomstig het hiervoor in lid 1 tot en met lid 5 bepaalde een arbeidsverhouding aangaat met een uit- zendkracht eindigt de opdracht tussen de opdrachtgever en de uitzendonderneming met ingang van de dag waarop die arbeidsverhouding aanvangt.

7. Indien de opdrachtgever een arbeidsverhouding aangaat met de uitzendkracht binnen 3 maanden nadat diens terbeschikkingstelling (ongeacht of deze was gebaseerd op een opdracht voor bepaalde of onbepaalde tijd) aan de opdrachtgever is geëindigd, is hij de in lid 4 bedoelde vergoeding verschuldigd. Dit geldt zowel in het geval dat de opdrachtgever de uitzendkracht hiertoe – rechtstreeks of via derden – heeft benaderd als wanneer de uitzendkracht – rechtstreeks of via derden – bij de opdrachtgever heeft gesolliciteerd.

8. Indien een (potentiële) opdrachtgever in eerste instantie door tussenkomst van de uitzendonderneming in contact is gekomen met een (aspirant-)- uitzendkracht, bijvoorbeeld doordat deze door de uitzendonderneming aan hem is voorgesteld, en die (potentiële) opdrachtgever binnen drie maanden nadat het contact tot stand is gekomen een arbeidsverhouding met die (aspirant-) uitzendkracht aangaat zonder dat de terbeschikkingstelling tot stand komt, is die potentiële opdrachtgever een vergoeding verschuldigd van 25% van het opdrachtgeverstarief, dat voor de betrokken uitzendkracht van toepassing zou zijn geweest indien de terbeschikkingstelling tot stand zou zijn gekomen, over 1040 uren.

9. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het aangaan van een arbeidsverhouding met een uitzendkracht verstaan:

• het aangaan van een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst tot aanneming van werk en/of een overeenkomst van opdracht door de opdrachtgever met de uitzendkracht voor hetzelfde of ander werk;

• het aanstellen van de uitzendkracht als ambtenaar voor hetzelfde of ander werk;
• het ter beschikking laten stellen van de betreffende uitzendkracht aan de opdrachtgever door een derde (bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming) voor hetzelfde of ander werk;

• het aangaan van een arbeidsverhouding door de uitzendkracht met een derde voor hetzelfde of ander werk, waarbij de opdrachtgever en die derde in een groep zijn verbonden dan wel de één een dochtermaatschappij is van de ander.

Artikel 16: Facturatie

1. Facturatie vindt plaats op basis van de met de opdrachtgever overeengekomen wijze van tijdverantwoording en voorts op basis van het- geen de opdracht, bij overeenkomst of deze voorwaarden is bepaald. Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, geschiedt de tijdverantwoording middels door de opdrachtgever schriftelijk geaccordeerde declaratieformulieren


2. De opdrachtgever en uitzendonderneming kunnen overeenkomen dat de tijdverantwoording geschiedt middels een tijdregistratiesysteem, een elektronisch en/of automatiseringssysteem of middels door of voor de opdrachtgever opgestelde overzichten.
3. De opdrachtgever draagt zorg voor een correcte en volledige tijdverantwoording en is gehouden erop toe te zien of te doen toezien, dat de daarin opgenomen gegevens van de uitzendkracht correct en naar waarheid zijn vermeld, zoals: naam van de uitzendkracht, het aantal gewerkte uren, overuren, onregelmatigheidsuren en ploegenuren, de overige uren waarover ingevolge de opdracht en voorwaarden het opdrachtgeverstarief is verschuldigd, de eventuele toeslagen en eventuele werkelijk gemaakte onkosten.
4. Indien de opdrachtgever de tijdverantwoording aanlevert, zorgt hij ervoor dat de uitzen- donderneming, aansluitend aan de door de uitzendkracht gewerkte week, over de tijd- verantwoording beschikt. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de wijze waarop de tijdverantwoording aan de uitzendonderne- ming wordt verstrekt.
5. Alvorens de opdrachtgever de tijdverantwoording aanlevert, geeft hij de uitzendkracht de gelegenheid de tijdverantwoording te controleren. Indien en voorzover de uitzendkracht de in de tijdverantwoording vermelde gege- vens betwist, is de uitzendonderneming gerechtigd de uren en kosten vast te stellen over- eenkomstig de opgave van de uitzendkracht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat de door hem vermelde gegevens correct zijn.
6. Indien de tijdverantwoording geschiedt middels door de uitzendkracht aan te leveren declaratieformulieren, behoudt de opdrachtgever een kopie van het declaratieformulier. Bij verschil tussen het door de uitzendkracht bij de uitzendonderneming ingeleverde declaratieformulier en het door de opdrachtgever behouden afschrift, geldt het door de uitzendkracht bij de uitzendonderneming ingeleverde declaratieformulier voor de afrekening als volledig bewijs, behoudens geleverd tegenbewijs door de opdrachtgever.

Artikel 17: Betaling

1. De opdrachtgever is gehouden elke factuur van de uitzendonderneming te voldoen binnen 14 kalenderdagen na de factuurdatum.
2. Uitsluitend betalingen aan de uitzendonderneming werken bevrijdend. Betalingen door de opdrachtgever aan een uitzendkracht, onder welke titel ook, zijn onverbindend tegenover de uitzendonderneming en kunnen geen grond opleveren voor schulddelging of verrekening.

3. Indien een factuur niet binnen de in lid 1 ge- noemde termijn is betaald, is de opdrachtgever vanaf de eerste dag na het verstrijken van de betalingstermijn van rechtswege in verzuim en een rente van 1% per kalendermaand verschuldigd over het openstaande bedrag, waar- bij een gedeelte van een maand voor een volle maand wordt gerekend. De in het bezit van de uitzendonderneming zijnde doordruk of kopie van de door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever verzonden factuur geldt als volledig bewijs van de verschuldigdheid van de rente en de dag, waarop de renteberekening begint.

4. Indien de opdrachtgever de factuur geheel of gedeeltelijk betwist, dient hij dit binnen veertien kalenderdagen na factuurdatum schriftelijk, onder nauwkeurige opgaaf van redenen, aan de uitzendonderneming te mel- den. Na deze periode vervalt het recht van de opdrachtgever om de factuur te betwisten. De bewijslast betreffende tijdige betwisting van de factuur rust op de opdrachtgever. Betwisting van de factuur ontslaat de opdrachtgever niet van zijn betalingsverplichting.

5. De opdrachtgever is niet bevoegd het factuurbedrag, ongeacht of hij dit betwist, te verrekenen met een al dan niet terecht vermeende tegenvordering en/of de betaling van de factuur op te schorten.

6. Indien de financiële positie en/of het betalingsgedrag van de opdrachtgever daartoe, naar het oordeel van de uitzendonderneming, aanleiding geeft, is de opdrachtgever verplicht op schriftelijk verzoek van de uitzendonderneming een voorschot te verstrekken en/ of afdoende zekerheid, door middel van een bankgarantie, pandrecht of anderszins, te

stellen voor zijn verplichtingen jegens de uitzendonderneming. Zekerheid kan worden gevraagd voor zowel bestaande als toekomstige verplichtingen, een voorschot uitsluitend voor toekomstige verplichtingen. De omvang van de gevraagde zekerheid en/of het gevraagde voorschot dient in verhouding te staan tot de omvang van de desbetreffende verplichtingen van de opdrachtgever.

7. Indien de opdrachtgever het in lid 6 bedoelde voorschot niet verstrekt of de gevraagde zekerheid niet stelt binnen de door de uitzendonderneming gestelde termijn, is de opdrachtgever hiermee in verzuim zonder dat hiertoe een nadere ingebrekestelling is vereist en is de uitzendonderneming dientengevolge gerechtigd de uitvoering van al haar verplichtingen op te schorten dan wel de ontbinding van alle opdrachten bij de opdrachtgever in te roepen.

8. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke (incasso)kosten, die de uitzendonderneming maakt als gevolg van de niet-nakoming door de opdrachtgever van diens verplichtingen op grond van dit artikel, komen geheel ten laste van de opdrachtgever. De vergoeding terzake van buitengerechtelijke kosten wordt ge- fixeerd op 15% van de verschuldigde hoofdsom inclusief BTW en rente (met een minimum van €3.250,- per vordering), tenzij de uitzendonderneming aantoonbaar meer kosten heeft gemaakt. De gefixeerde vergoeding zal steeds zodra de opdrachtgever in verzuim is door de opdrachtgever verschuldigd zijn en zonder nader bewijs in rekening worden gebracht.

Artikel 18: Inspanningsverplichting en aan- sprakelijkheid
1. De uitzendonderneming is gehouden zich in te spannen om de opdracht naar behoren uit te voeren. Indien en voorzover de uitzendonderneming deze verplichting niet nakomt, is de uitzendonderneming, met inachtneming van het hierna in de leden 2 en 3 en het elders in de Algemene Voorwaarden bepaalde, gehou- den tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende directe schade van de opdrachtgever, mits de opdrachtgever zo spoedig mogelijk,

doch uiterlijk drie maanden na het ontstaan of bekend worden van die schade een schriftelijke klacht terzake indient bij de uitzendonderneming en daarbij aantoont dat de schade het rechtstreekse gevolg is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de uitzendon- derneming.

2. Iedere eventuele uit de opdracht voortvloeiende aansprakelijkheid van de uitzendonderneming is beperkt tot het door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever in rekening te brengen opdrachtgeverstarief voor de uitvoering van de opdracht, zulks voor het overeengekomen aantal arbeidsuren en de overeengekomen duur van de opdracht tot een maximum van drie maanden. Het door de uitzendonderneming maximaal uit te keren bedrag gaat in geen geval het door haar verzekering uit te keren bedrag te boven.

3. Aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor indirecte schade, daaronder begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door bedrijfsstagnatie, is in alle gevallen uitgesloten.

Artikel 19: Intellectuele en industriële eigen- dom
1. De uitzendonderneming zal de uitzendkracht op verzoek van de opdrachtgever, een schriftelijke verklaring laten ondertekenen teneinde – voorzover nodig en mogelijk – te bewerkstelligen c.q. bevorderen, dat alle rechten van intellectuele en industriële eigendom op de resultaten van de werkzaamheden van de uitzendkracht toekomen, respectievelijk (zullen) worden overgedragen aan de opdrachtgever. Indien de uitzendonderneming in verband hiermee een vergoeding verschuldigd is aan de uitzendkracht of anderszins kosten dient te maken, is de opdrachtgever een gelijke vergoeding c.q. gelijke kosten verschuldigd aan de uitzendonderneming.

2. Het staat de opdrachtgever vrij om rechtstreeks een overeenkomst met de uitzendkracht aan te gaan of hem een verklaring ter ondertekening voor te leggen terzake van de in lid 1 bedoelde intellectuele en industriële eigendomsrechten. De opdrachtgever informeert

de uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van de terzake opgemaakte overeenkomst/verklaring aan de uitzendonderneming.

3. De uitzendonderneming is jegens de opdrachtgever niet aansprakelijk voor een boete of dwangsom, die de uitzendkracht verbeurt of eventuele schade van de opdrachtgever als gevolg van het feit dat de uitzendkracht zich beroept op enig recht van intellectuele en/of industriële eigendom.

Artikel 20: Geheimhouding

1. De uitzendonderneming en de opdrachtgever zullen geen vertrouwelijke informatie van of over de andere partij, diens activiteiten en relaties, die hen ter kennis is gekomen ingevolge de opdracht, verstrekken aan derden, tenzij – en alsdan voorzover – verstrekking van die informatie nodig is om de opdracht naar behoren te kunnen uitvoeren of op hen een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.

2. De uitzendonderneming zal op verzoek van de opdrachtgever de uitzendkracht verplichten geheimhouding te betrachten omtrent al hetgeen hem bij het verrichten van de werkzaamheden bekend of gewaar wordt, tenzij op de uitzendkracht een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.

3. Het staat de opdrachtgever vrij om de uitzendkracht rechtstreeks te verplichten tot geheimhouding. De opdrachtgever informeert de uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van de ter- zake opgemaakte verklaring/overeenkomst aan de uitzendonderneming. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor een boete, dwangsom of eventuele schade van de opdrachtgever als gevolg van schending van die geheimhoudingsplicht door de uitzendkracht.

Artikel 21: Verificatie- en bewaarplicht opdrachtgever
De opdrachtgever aan wie door de uitzendon- derneming een vreemdeling in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen ter beschikking wordt gesteld, verklaart zich uitdrukkelijk bekend

met artikel 15 van deze wet, onder meer inhoudende dat de opdrachtgever bij de aan- vang van de arbeid door een vreemdeling een afschrift van het document, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling dient te ontvangen.

De opdrachtgever is verantwoordelijk voor een zorgvuldige controle van het eerder genoemde document en stelt aan de hand daarvan de identiteit van de vreemdeling vast en neemt een afschrift van het document op in zijn administratie. De uitzendonderneming is niet verantwoordelijk dan wel aansprakelijk voor een eventuele boete die in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen aan de opdrachtgever wordt opgelegd.

Artikel 22: Voorkoming van ontoelaatbare discriminatie
Ter voorkoming van het maken van ongeoorloofd onderscheid, in het bijzonder naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht, ras, nationaliteit, hetero-of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap, chronische ziekte, leeftijd of welke grond dan ook, zullen niet functierelevante eisen bij het verstrekken van de inlichtingen betreffende de op te dragen arbeid niet door de opdrachtgever kunnen worden gesteld en evenmin door de uitzendonderneming worden meegewogen.

Artikel 23: Medezeggenschap

1. De opdrachtgever is gehouden om de uitzendkracht die lid is van de ondernemingsraad van de uitzendonderneming of van de ondernemingsraad van de opdrachtgever, in de gelegenheid te stellen deze medezeggenschapsrechten uit te oefenen conform wet- en regelgeving.

2. Indien de uitzendkracht medezeggenschap uitoefent in de onderneming van de opdrachtgever, is de opdrachtgever het opdrachtgeverstarief ook verschuldigd over de uren waarin de uitzendkracht onder werktijd werkzaamheden verricht of een opleiding volgt in verband van het uitoefenen van medezeggenschap.

Artikel 24: Geschillen

Alle geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met een rechtsverhouding tussen partijen waarop deze Algemene Voorwaarden van toepassing zijn, zullen in eerste aanleg bij uitsluiting worden beslecht door de bevoegde rechter van het arrondissement, waarin het hoofdkantoor van de uitzendonderneming is gevestigd.

Artikel 25: Slotbepaling

Indien één of meer bepalingen van deze Algemene Voorwaarden nietig zijn of vernietigd worden, zullen de opdracht en de Algemene Voorwaarden voor het overige van kracht blijven. De bepalingen die niet rechtsgeldig zijn of rechtens niet kunnen worden toegepast, zullen worden vervangen door bepalingen die zoveel mogelijk aansluiten bij de strekking van de te vervangen bepalingen.